De waarde van open en open als waarde

dewaardevanopen

 

De waarde van open en open als waarde. Studie naar adoptie van delen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen in en door instellingen voor hoger onderwijs door Robert Schuwer en Ben Janssen.

Onderzoek uitgevoerd  door Lectoraat Open Educational Resources van Fontys Hogeschool ICT (31 januari 2017)
Download hier het volledige rapport

Bron

Managementsamenvatting:

In de maanden juli-december 2016 is door het lectoraat OER van Fontys Hogeschool ICT een onderzoek uitgevoerd om de volgende vraag te kunnen beantwoorden:

Wat leidt tot c.q. is nodig voor een brede adoptie van delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen door docenten in het bekostigde hoger onderwijs in Nederland?

Bij 4 universiteiten en 6 hogescholen zijn totaal 55 semi-gestructureerde interviews afgenomen met docenten, bestuurders en ondersteuners.
Onderwerpen die tijdens de interviews aan bod kwamen betroffen ambities met onderwijs, beleid, opvattingen over openheid in het onderwijs, motieven voor delen en hergebruiken, ervaringen met delen en hergebruiken, hindernissen die werden ondervonden, noodzakelijke randvoorwaarden en invloeden die geïnterviewden vanuit hun omgeving ervaren. Analyse van de interviews gaf de volgende resultaten:

  1. Praktijken van delen en hergebruiken zijn erg divers qua openheid. Lang niet altijd zijn gedeelde leermaterialen toegankelijk voor iedereen, vaak ontbreekt een open licentie en processen als copyright clearing vinden niet altijd plaats;
  2. Delen en hergebruiken van leermaterialen (al dan niet volledig open) gebeurt veel. Hierbij wordt vooral het bereiken van een hogere kwaliteit campusonderwijs nagestreefd;
  3. Feedback op gedeelde materialen is cruciaal voor de motivatie van docenten om structureel materialen te delen;
  4. Structureel delen en hergebruik binnen een instelling heeft meer kans van slagen wanneer het gekoppeld wordt aan andere beleidsthema’s zoals internationalisatie of aan onderwijsinnovaties zoals invoeren van blended leren;
  5. Bij een aantal instellingen is sprake van zich ontwikkelend beleid op het gebied van open delen en hergebruiken van leermaterialen;
  6. Docenten zijn onvoldoende bekend met aanwezigheid danwel inhoud van beleid;
  7. De autonomie van de docent in het bepalen om met delen en hergebruiken aan de slag te gaan wordt als cruciaal gezien en als zodanig herkend en erkend, zowel door bestuur als door docenten zelf;
  8. Delen en hergebruiken moeten uiteindelijk ten goede komen aan de student of een positief effect hebben op de efficiency van het onderwijs. Of en hoe dat daadwerkelijk gerealiseerd moet worden, is vaak nog niet duidelijk;
  9. Docenten geven aan dat stimulering in termen van geld, tijd en ondersteuning essentieel is voor hen om tot structureel gedrag van delen en hergebruiken te komen. Tevens moeten voor hen de antwoorden op de what’s in it for me vraag duidelijk zijn;
  10. Publiceren van MOOC’s wordt ervaren als een versneller voor de adoptie van open delen van materialen en cursussen binnen een instelling;
  11. Acceptatie van open delen en hergebruiken op instellingsniveau, zich uitend in beleid dat vertaald is naar concrete activiteiten en richtlijnen, beïnvloedt brede adoptie ervan door docenten positief.

Op basis van deze resultaten zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd om brede adoptie van open delen en hergebruiken te realiseren binnen een instelling:

  1. Maak de meerwaarde van open delen en hergebruiken duidelijk aan docenten;
  2. Zorg bij deze verandering van de beeldvorming rondom open delen en hergebruiken bij docenten voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur;
  3. Formuleer op faculteits-, instituuts- en instellingsniveau beleid op het gebied van open delen en hergebruiken dat de activiteiten die onder aanbeveling 1 en 2 genoemd worden mogelijk maakt;
  4. Koppel beleid inzake open delen en hergebruiken aan andere thema’s van onderwijsvernieuwing of aan thema’s als internationalisering.

Over dit rapport is door Judith van Hooijdonk ook geblogd op 2beJAMmed.

2017: Year of Open #yearofopen

Print

Van de website WWW.YEAROFOPEN.ORG

“The Year of Open is a global focus on open processes, systems, and tools, created through collaborative approaches, that enhance our education, businesses, governments, and organizations. At its core, open is a mindset about the way we should meet collective needs and address challenges. It means taking a participative and engaging approach, whether to education, government, business or other areas of daily life. In its practical applications, open is about shared efforts and values to enhance people’s opportunities, understanding and experiences.

Open represents freedom, transparency, equity and participation. When something is created openly, it is intended for others to use it and contribute their expertise to it to make it better, whether that’s adding more features or information, or finding errors and fixing them quickly. During the Year of Open, we want to capture and display these efforts to increase participation and understanding of how open contributes to making things better for everyone. “

Meer informatie via de website over

via blog Willem van Valkenburg

Toolkit workshop toepassen vormen van open onderwijs

Martijn Ouwehand (TU Delft) en Robert Schuwer (Fontys Hogescholen) van de Special Interest Group Open Education van SURF hebben een toolkit samengesteld. Deze toolkit kan worden gebruikt om een workshop in de eigen instelling te verzorgen.

De toolkit bestaat uit de volgende materialen:

  • Een draaiboek. Hierin is alle informatie te vinden die van belang is om de workshop te organiseren.
  • Een cursushandleiding “Basics van open”. Deze handleiding is bestemd voor degenen die een basiscursus over openheid in het onderwijs zelfstandig willen bestuderen.
  • Slides “Workshop Toepassen open onderwijs”. Deze slides kunnen worden gebruikt bij de workshop.
  • Een tweetal inspiratiemodellen.

De toolkit is als zipfile te downloaden.

workshopoo

Open leermaterialen (open educational resources, OER), open online cursussen (al dan niet ‘massive’) en open tools zoals blog, twitter en open forums, zijn voor docenten een potentieel rijke bron om te gebruiken in het onderwijs. Het maakt actieve vormen van leren mogelijk en ook een meer individuele onderwijsaanpak op maat. Als docenten zich bewust zijn van de mogelijkheden van open onderwijsvormen, zijn ze bij het ontwerp van hun onderwijs in staat een onderbouwde keuze te maken om deze optimaal te benutten. Om dit mogelijk te maken is basiskennis nodig over de vele vormen van openheid in het onderwijs. Uiteindelijk wordt daarmee hun arsenaal aan didactische werkvormen groter.

Bron: SURF website Special Interest Group Open Education

SURF thema-uitgave ‘Open en online onderwijs – editie Verbinding met beroepspraktijk’

De 6e thema-uitgave van open en online onderwijs gaat over ‘Verbinding Onderwijs en beroepspraktijk’. SURFnet en Special Interest Group Open Education hebben deze thema-uitgave samengesteld aan de hand een pressure cook sessie over de samenwerking tussen onderwijs en werkveld.

Hoe kun je online of blended werkvormen inzetten om kennis en ervaringen van het werkveld te integreren in het campusonderwijs? Onderwijs dat goed aansluit op de latere beroepspraktijk, is relevant en inspirerend voor studenten. Online werkvormen bieden nieuwe mogelijkheden om deze samenwerking met de beroepspraktijk laagdrempelig vorm te geven. In deze thema-uitgave voorbeelden van 5 instellingen die online of blended werkvormen inzetten om kennis en ervaringen van het werkveld te integreren in het campusonderwijs.

  • Sigrid Vermin (Hogeschool Rotterdam) zet uiteen hoe studenten van de opleiding Verpleegkunde zich met een formatieve toets voorbereiden op hun stage.
  • Dorien Ginsel (Hogeschool Utrecht) schrijft over de ShoulderCommunity, een community of practice waarin alle kennis over de schouder is gebundeld.
  • Liesbeth Rijsdijk (Hogeschool Windesheim) laat zien hoe hogeschool Windesheim in het curriculum de verbinding legt met de werksituatie.
  • Juliette Santegoeds (Haagse Hogeschool) van het project Denken, doen, delen uit de stimuleringsregeling Open en online onderwijs, licht toe hoe zij studenten en professionals uit het openbaar bestuur verbinden met behulp van de ontwikkelde MOOC Challenging government.
  • Fred de Vries (Fontys Hogescholen) beschrijft de instellingsbrede aanpak van Fontys om de beroepspraktijk in het onderwijs te integreren door intensief samen te werken met bedrijven uit de regio.
  • In de 2 intermezzo’s staan het Digitaal leernetwerk bij Saxion centraal (Dorine Koopman) en het online platform van de Universiteit Utrecht voor alumni om zich goed voor te kunnen bereiden op de arbeidsmarkt.

Bron: SURF

themauitgaveoo6

Eerder verschenen al thema-uitgaven over de onderwerpen:

  1. Didactiek van open en online onderwijs (september 2014)
  2. Kansen die open en online onderwijs biedt voor campusonderwijs (november 2014)
  3. Nieuwe doelgroepen die open en online onderwijs kan bereiken (maart 2015)
  4. Toetsen in open en online onderwijs (juni 2015)
  5. Open textbooks (januari 2016)

Het ontwerpen en modereren van een social MOOC

ExploringSocialLearning

Marlo Kengen & Petra Peeters, de ontwerpers en moderatoren van de MOOC Exploring Social Learning.hebben een artikel schreven voor het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling (nr. 2, 2016) waarin ze hun ontwerpprincipes en leermomenten beschrijven.

Ontwerpprincipes

Stem zorgvuldig af op de doelgroep
Dit was door de diversiteit van de groep (zowel qua MOOC-ervaring als qua voorkennis, werkervaring) lastig, daarom werden zowel funderende als verdiepende en theoretische als praktische bronen aangeboden. Tevens werd alleen Curatr als leeromgeving gebruikt en niet van andere sociale media. En er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de beschikbare spelelementen in het platform Curatr.

Werk vanuit heldere doelen
Deze waren tweeledig: inhoudelijk over social learning en gerelateerd aan de leervorm (kennismaken met toepassingsmogelijkheden van MOOC en leren cureren).

Maak deelname laagdrempelig
De MOOC was gratis en kort (4 weken) en een tijdsinvestering van 2à 3 uur per week. Wekelijks werden vijf tot acht bronnen (zoals artikelen, blogs, etc.) aangeboden en bij elke bron werd een inschatting van de benodigde tijd gegeven. Tevens in een paar zinnen werd de bron beschreven.

Creëer een heldere opbouw
Een heldere opbouw biedt deelnemers zicht op waar ze nu mee aan de slag gaan en wat verderop volgt. Het doel was nieuwsgierigheid te prikkelen.

Bied afwisseling in bronnen
Om tegemoet te komen aan verschillen in de doelgroep werden blogs, animaties, websites, fi lmpjes, artikelen, infographics en hoofdstukken uit boeken ingezet met een mix van ‘staande kennis’, meningen en praktijkervaringen.

Werk met vragen
Bij elke bron was een vraag geformuleerd om deelnemers aan het denken te zetten en om discussie binnen het platform op gang te brengen.

Plan contact
W
ekelijkse werden e-mails verstuurd om deelnemers betrokken te houden. Hierin werd ook teruggekeken op interessante discussies in de week daarvoor.

Uitgangspunten voor het modereren

De moderatoren Petra Peeters en Marlo Kengen hebben de MOOC top begeleid, schreef ik al eerder. Snelle reacties, verdiepende vragen, goed hoor. Het kostte hen minimaal 1 à 2 uur per dag.

  • Deelnemers verwelkomen
    De eerste vraag in de MOOC was: ‘Stel je voor! Veel deelnemers werden persoonlijk welkom geheten door bijvoorbeeld hun naam te gebruiken en hen, aansluitend bij hun toelichting, succes te wensen of verder te helpen. Hier werden deelnemers en moderatoren ‘zichtbaar’ en werd de basis gelegd voor verdere bijdragen en discussies.
  • Verdiepen door doorvragen
  • Verbinden. Door de vele reacties was het voor deelnemers lastig om overzicht te houden. De moderatoren verwezen mensen naar elkaar.
  • Uitnodigen. Auteurs van verschillende bronnen modereerden ook hun eigen materiaal.
  • Bijdragen waarderen. Er was veel aandacht aan het sociale aspect van de MOOC.
  • Snel actie ondernemen
  • Autonomie stimuleren

Lessons learned van de moderatoren

Stuur bij
Je leert de behoeftes van de deelnemers kennen door hun reactie en de analytics van het platform te gebruiken. Gebruik deze input. Tackel ook snel bij technische problemen.

Vragen als katalysator voor het leren
Door vragen te stellen bij de aangeboden bronnen wordt het leren verdiept. De ontstane discussie ondersteunt ook het sociale leren.

Kies bronnen bewust
Omdat het een gegeven is dat activiteiten minder worden gedurende de MOOC worden eerste bronnen vaker bekeken. Selecteer daarom eerder minder dan meer bronnen.

Autonomie komt niet automatisch
Er was geen verplichting om alles te lezen of om alle vragen te beantwoorden. MOOC werd niet afgerond met een toets. Weinig deelnemers maakten eigen keuzes, passend bij hun doelen en agenda. De meeste lazen alles (vrij schools) in de aangeboden volgorde. De volgende keer zal expliciet aandacht besteed worden aan autonomie van leren.

Het behouden of loslaten van overzicht
Het Curatr platfom kan aan sociale kracht winnen door meer zoekmogelijkheden aan te bieden, en ook door de opties voor het ordenen van bijdrages en volgen van deelnemers toe te voegen

Heb vertrouwen
Als moderator moet je vertrouwen hebben en durven los te laten.

 

Dit blog is eerder gepubliceerd op 2beJAMmed

Open online cursus over verloskunde

AVMTer gelegenheid van de inauguratie van Marianne Nieuwenhuijze als lector Midwifery biedt de Academie Verloskunde Maastricht van Zuyd een gratis Open Online Cursus aan over enkele onderwerpen uit de verloskunde.

De Nederlandstalige cursus ‘Midwifery science for midwifery practice’ start op 4 april en loopt tot en met 23 mei 2016. Nagenoeg elke twee weken start een nieuw thema waarin wekelijks nieuwe lessen beschikbaar komen. De studiebelasting is 1 à 2 uur per week. Je bepaalt zelf wanneer je met de lesstof aan de slag gaat. De lessen bestaan uit korte introductieteksten, kennisclips, korte video’s, quizjes en forumdiscussies.

Deze eerste open online cursus van Zuyd is gebouwd in Open Education platform van Blackboard door Evelien van Limbeek, senior docent en onderzoeker bij de AVM. Zij houdt zich bezig met het EBM-onderwijs, blended learning en gezondheidsbevordering.

Via direct mail en de Facebookpagina van de opleiding zijn deelnemers uitgenodigd voor deze cursus. Inmiddels hebben zo’n 200 mensen zich ingeschreven. Het is niet Massive, maar wel Open (iedereen kan zich inschrijven) en volledig Online. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van Open Educational Resources en het materiaal dat zelf ontwikkeld is, wordt ook als Open Educational Resources aangeboden. Net als het MOOCZI-project heeft Evelien gebruik gemaakt van diverse opnametechnieken: video’s met talking heads, kennisclips, videoscibe, ingesproken Powerpoints/Prezi. Elke filmpje heeft, net als bij de IF1-cursus van de faculteit ICT, een eigen leader gemaakt door Pieter Dekkers.

Het bouwen van content in het Open Education Platform van Blackboard werkt op dezelfde wijze als cursussen bouwen in de Blackboardomgeving van Zuyd. Als instelling kunnen wij van dit platform gebruik maken omdat wij een Blackboardlicentie hebben.

De cursus start met een welkomstwoord en vide0-introductie van de lector Midwifery. Een rooster, betrokken docenten en mededelingen behoren tot de basiselementen van deze cursus. Uiteraard wordt gestart met een voorstelrondje in de virtuele koffiekamer. De modules gezondheidsbevordering, fysiologische verloskunde en clientparticipatie zijn adaptief opgebouwd. Na elke onderdeel moet je aangeven of je deze hebt doorlopen, alleen dan krijg je toegang tot het volgende onderdeel. Daarnaast wordt via ‘aanvullende informatiebronnen’ per module extra video’s en literatuur aangeboden. Zie ook de introductievideo.

AVM

Klik op de afbeelding voor een korte introductie van de leeromgeving

Uiteraard zal na afloop de open en online cursus worden geëvalueerd, met studenten en docenten. De resultaten hiervan zullen later gedeeld worden.

Regelgeving en aandachtspunten bij opschaling van open en online onderwijs

SURFnet publiceerde tijdens de Open Education Week (7 t/m 11 maart) een verkenning rondom regelgeving en aandachtspunten bij opschaling van open en online onderwijs.

VerkenningOE

Uit de inleiding:

De verkenning is bedoeld als handvat voor universiteiten en hogescholen die zich (willen) richten op de inzet van open en online onderwijs. Het doel is drieledig:

  1. de belangrijkste randvoorwaarden en regelgeving identificeren en toelichten;
  2. voorbeelden presenteren uit de praktijk van een onderwijsinstelling om te laten zien wat er binnen de huidige kaders mogelijk is;
  3. een vergezicht bieden naar de opschaling van open en online onderwijs: in hoeverre moeten randvoorwaarden en wettelijke kaders worden aangepast?

Er zijn totaal vijf thema’s waar deze drie aspecten worden toegelicht. De thema’s:

  1. begeleiding van studenten;
  2. implicaties van tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs;
  3. online toetsen;
  4. erkenning van online onderwijs in formeel onderwijs;
  5. delen van leermaterialen.

Bij elk thema worden de drie aspecten (randvoorwaarden en regelgeving, praktijkvoorbeelden en vergezicht) toegelicht.

Volgens de samenstellers van het rapport zijn er vier argumenten voor het op grotere schaal aanbieden en faciliteren van open en online onderwijs

  1. hogere onderwijskwaliteit
  2. effectievere besteding van contacttijd
  3. flexibilisering onderwijs en onderwijs op maat
  4. rijkere en internationalere leeromgeving

Belangrijke vraag hierbij is of de huidige wet en regelgeving deze ontwikkeling in de weg staat.

De samenvatting:
Ten aanzien van de vijf thema’s waar deze verkenning zich op richt, zijn de volgende conclusies te trekken:

Contacttijd in online onderwijs
In het kader van de prestatieafspraken over het eerste jaar van het voltijd bacheloronderwijs kan virtueel contact in het wo wel onder de definitie van contacttijd worden geschaard. in het hbo is dit niet het geval. Tenzij een hbo-instelling op dit punt een afwijkende individuele prestatieafspraak heeft gemaakt. Voor de andere jaren in de bachelor- en masterfase gelden dergelijke afspraken niet. Dat betekent dat de instellingen daar de nodige ruimte hebben om een eigen invulling aan contacttijd en begeleiding te geven.
Hogeronderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor kwaliteit, binding en begeleiding, maar de vraag is of begrippen als contacturen en vestigingsplaats hiervoor ook in de toekomst het beste instrumentarium bieden. De begrippen ‘binding’ en ‘begeleiding’ vragen in deze context om een herijking. Inspirerende ontmoetingen tussen student en docent kunnen ook in online leergemeenschappen ontstaan; faceto-face contacttijd hoeft niet in alle gevallen leidend te zijn. Het is belangrijk hier te differentiëren naar doelgroep. Het verlopen van de prestatieafspraken in 2016 biedt in ieder geval de mogelijkheid de definitie van contacttijd aan te passen, met name voor het hbo.

Percentage online onderwijs in de opleiding
De Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014 stelt geen limiet aan het kiezen van een online vorm voor het onderwijsaanbod van de eigen instelling, maar de inzet van online onderwijs dat wordt aangeboden door andere instellingen is gelimiteerd tot een derde van het curriculum. Niet helemaal duidelijk is of de ‘25%-regel’ (tenminste een kwart van de opleiding moet fysiek bij de Nederlandse opleiding in Nederland worden gevolgd) van toepassing is op studenten die Nederlands hoger onderwijs geheel online vanuit het buitenland volgen.
De genoemde beleidsregels gaan (gedeeltelijk) uit van bestaande ideeën over de meerwaarde van face-to-face onderwijs ten opzichte van online en asynchroon onderwijs. In het kader van de beoogde opschaling van open en online onderwijs is het goed dit kritisch te evalueren. Nu ‘fysieke locatie’ een andere betekenis krijgt doordat het onderwijs internationaliseert en digitaliseert, is de vraag welke impact dit heeft op het concept van doelmatigheid. Ook is de vraag of onderwijs op de locatie van de instelling een randvoorwaarde is om ‘binding’ met de opleiding te creëren.

Online proctoring
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) heeft geen bepalingen die een belemmering vormen voor online proctoring. Wel is van belang deze vorm van online surveilleren in goed overleg tussen het opleidingsbestuur en de examencommissie vorm te geven. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vereist echter wel aanvullende maatregelen ten opzichte van fysieke toetsafname.
Een belangrijke stap op de korte termijn is de verheldering van de implicaties van de Wbp. De komende jaren zullen good practices ontstaan van instellingen die gebruik maken van de ruimte die er is om online proctoring in te zetten op een manier die past binnen de grenzen van de Wbp. Het is goed om ook naar online proctoring te kijken met het oog op opschaalbaarheid. Bij grote aantallen online studenten zijn niet alle toetsvormen even geschikt.

Kwaliteitszorg bij integratie van online onderwijs in formeel onderwijs
Wanneer online onderwijseenheden in het onderwijsprogramma geïntegreerd zijn, worden deze onderwerp van de interne kwaliteitszorg van de opleiding. De instelling moet ervoor zorgen dat dit binnen de interne kwaliteitszorg wordt geborgd en dat binnen de instelling de nodige expertise aanwezig is.
Om de kwaliteit te kunnen borgen is het belangrijk dat externe (visitatie)panels en de examencommissies voldoende expertise hebben op het gebied van online onderwijs. Bij het integreren van extern online onderwijs in het eigen programma spelen ook financiële aandachtspunten (zoals de kosten van verified certificates).

Individuele vrijstelling volgens de EVC-procedure
Wanneer een individuele student om een vrijstelling vraagt op basis van een extern gevolgde online onderwijseenheid, bepaalt de examencommissie per geval of de vrijstelling wordt toegewezen of als vrije studiekeuze wordt erkend. Dit is arbeidsintensief en stelt de examencommissie voor verschillende uitdagingen, namelijk beoordeling van niveau, inhoud en aansluiting op het onderwijsprogramma.
De huidige, individuele erkenning is niet schaalbaar. Mogelijke oplossingen zijn een supplement bij het certificaat, een internationale kwaliteitsstandaard, een clearinghouse, alliantievorming, afspraken op sectorniveau of de selectie van onderwijsmodules door de opleiding.

Auteursrecht 
De belangrijkste regelgeving is het auteursrecht. Daarnaast zijn in de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) van docenten in het hoger onderwijs standaardafspraken vastgelegd over het eigendomsrecht van het materiaal dat in het kader van het dienstverband is ontwikkeld. De cao’s van hbo- en wo-instellingen verschillen hierin.
Belangrijk is bewustzijnsontwikkeling bij instellingen en docenten over rechten die rusten op materiaal. Per instelling zou zoveel mogelijk duidelijkheid moeten worden geboden over auteursrecht op zelf ontwikkeld onderwijsmateriaal, in aanvulling op bepalingen uit de cao (die verschillen tussen hbo en wo).

Inzet van elders ontwikkelde open educational resources (OER)
Het gebruik van OER, of de integratie van OER in het eigen leermateriaal is van grote toegevoegde waarde zoals in deze verkenning op diverse plaatsen is beargumenteerd. De gebruiksrechten van extern materiaal zijn echter niet altijd evident.
Het is van belang dat docenten op de hoogte zijn van de (mogelijke) rechten die rusten op materiaal dat zij willen gebruiken binnen hun eigen onderwijs. De instelling kan docenten hierin faciliteren.

Online aanbieden van auteursrechtelijk beschermd materiaal
Veel studieboeken en andere benodigde literatuur is auteursrechtelijk beschermd en slechts (digitaal) te delen wanneer een regeling is getroffen tussen de betrokken partijen. Volgens de WHW kunnen onderwijsinstellingen wel het studiemateriaal voorschrijven, maar niet op welke wijze de student het studiemateriaal verkrijgt. Instellingen kunnen dus (naast het collegegeld) geen extra bijdragen van studenten verlangen voor het online beschikbaar stellen van materiaal.
Een probleem bij het digitaal beschikbaar stellen van auteursrechtelijk beschermd materiaal is dat de overgang van papieren naar digitale leermaterialen kan leiden tot situaties waar verschillen bestaan tussen studenten. Een grote uitdaging is de totstandkoming van een ander verdienmodel, dat zo interessant is dat alle studenten instappen en dat ook voor uitgevers aantrekkelijk is.