De waarde van open en open als waarde

dewaardevanopen

 

De waarde van open en open als waarde. Studie naar adoptie van delen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen in en door instellingen voor hoger onderwijs door Robert Schuwer en Ben Janssen.

Onderzoek uitgevoerd  door Lectoraat Open Educational Resources van Fontys Hogeschool ICT (31 januari 2017)
Download hier het volledige rapport

Bron

Managementsamenvatting:

In de maanden juli-december 2016 is door het lectoraat OER van Fontys Hogeschool ICT een onderzoek uitgevoerd om de volgende vraag te kunnen beantwoorden:

Wat leidt tot c.q. is nodig voor een brede adoptie van delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen door docenten in het bekostigde hoger onderwijs in Nederland?

Bij 4 universiteiten en 6 hogescholen zijn totaal 55 semi-gestructureerde interviews afgenomen met docenten, bestuurders en ondersteuners.
Onderwerpen die tijdens de interviews aan bod kwamen betroffen ambities met onderwijs, beleid, opvattingen over openheid in het onderwijs, motieven voor delen en hergebruiken, ervaringen met delen en hergebruiken, hindernissen die werden ondervonden, noodzakelijke randvoorwaarden en invloeden die geïnterviewden vanuit hun omgeving ervaren. Analyse van de interviews gaf de volgende resultaten:

  1. Praktijken van delen en hergebruiken zijn erg divers qua openheid. Lang niet altijd zijn gedeelde leermaterialen toegankelijk voor iedereen, vaak ontbreekt een open licentie en processen als copyright clearing vinden niet altijd plaats;
  2. Delen en hergebruiken van leermaterialen (al dan niet volledig open) gebeurt veel. Hierbij wordt vooral het bereiken van een hogere kwaliteit campusonderwijs nagestreefd;
  3. Feedback op gedeelde materialen is cruciaal voor de motivatie van docenten om structureel materialen te delen;
  4. Structureel delen en hergebruik binnen een instelling heeft meer kans van slagen wanneer het gekoppeld wordt aan andere beleidsthema’s zoals internationalisatie of aan onderwijsinnovaties zoals invoeren van blended leren;
  5. Bij een aantal instellingen is sprake van zich ontwikkelend beleid op het gebied van open delen en hergebruiken van leermaterialen;
  6. Docenten zijn onvoldoende bekend met aanwezigheid danwel inhoud van beleid;
  7. De autonomie van de docent in het bepalen om met delen en hergebruiken aan de slag te gaan wordt als cruciaal gezien en als zodanig herkend en erkend, zowel door bestuur als door docenten zelf;
  8. Delen en hergebruiken moeten uiteindelijk ten goede komen aan de student of een positief effect hebben op de efficiency van het onderwijs. Of en hoe dat daadwerkelijk gerealiseerd moet worden, is vaak nog niet duidelijk;
  9. Docenten geven aan dat stimulering in termen van geld, tijd en ondersteuning essentieel is voor hen om tot structureel gedrag van delen en hergebruiken te komen. Tevens moeten voor hen de antwoorden op de what’s in it for me vraag duidelijk zijn;
  10. Publiceren van MOOC’s wordt ervaren als een versneller voor de adoptie van open delen van materialen en cursussen binnen een instelling;
  11. Acceptatie van open delen en hergebruiken op instellingsniveau, zich uitend in beleid dat vertaald is naar concrete activiteiten en richtlijnen, beïnvloedt brede adoptie ervan door docenten positief.

Op basis van deze resultaten zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd om brede adoptie van open delen en hergebruiken te realiseren binnen een instelling:

  1. Maak de meerwaarde van open delen en hergebruiken duidelijk aan docenten;
  2. Zorg bij deze verandering van de beeldvorming rondom open delen en hergebruiken bij docenten voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur;
  3. Formuleer op faculteits-, instituuts- en instellingsniveau beleid op het gebied van open delen en hergebruiken dat de activiteiten die onder aanbeveling 1 en 2 genoemd worden mogelijk maakt;
  4. Koppel beleid inzake open delen en hergebruiken aan andere thema’s van onderwijsvernieuwing of aan thema’s als internationalisering.

Over dit rapport is door Judith van Hooijdonk ook geblogd op 2beJAMmed.

2017: Year of Open #yearofopen

Print

Van de website WWW.YEAROFOPEN.ORG

“The Year of Open is a global focus on open processes, systems, and tools, created through collaborative approaches, that enhance our education, businesses, governments, and organizations. At its core, open is a mindset about the way we should meet collective needs and address challenges. It means taking a participative and engaging approach, whether to education, government, business or other areas of daily life. In its practical applications, open is about shared efforts and values to enhance people’s opportunities, understanding and experiences.

Open represents freedom, transparency, equity and participation. When something is created openly, it is intended for others to use it and contribute their expertise to it to make it better, whether that’s adding more features or information, or finding errors and fixing them quickly. During the Year of Open, we want to capture and display these efforts to increase participation and understanding of how open contributes to making things better for everyone. “

Meer informatie via de website over

via blog Willem van Valkenburg

Toolkit workshop toepassen vormen van open onderwijs

Martijn Ouwehand (TU Delft) en Robert Schuwer (Fontys Hogescholen) van de Special Interest Group Open Education van SURF hebben een toolkit samengesteld. Deze toolkit kan worden gebruikt om een workshop in de eigen instelling te verzorgen.

De toolkit bestaat uit de volgende materialen:

  • Een draaiboek. Hierin is alle informatie te vinden die van belang is om de workshop te organiseren.
  • Een cursushandleiding “Basics van open”. Deze handleiding is bestemd voor degenen die een basiscursus over openheid in het onderwijs zelfstandig willen bestuderen.
  • Slides “Workshop Toepassen open onderwijs”. Deze slides kunnen worden gebruikt bij de workshop.
  • Een tweetal inspiratiemodellen.

De toolkit is als zipfile te downloaden.

workshopoo

Open leermaterialen (open educational resources, OER), open online cursussen (al dan niet ‘massive’) en open tools zoals blog, twitter en open forums, zijn voor docenten een potentieel rijke bron om te gebruiken in het onderwijs. Het maakt actieve vormen van leren mogelijk en ook een meer individuele onderwijsaanpak op maat. Als docenten zich bewust zijn van de mogelijkheden van open onderwijsvormen, zijn ze bij het ontwerp van hun onderwijs in staat een onderbouwde keuze te maken om deze optimaal te benutten. Om dit mogelijk te maken is basiskennis nodig over de vele vormen van openheid in het onderwijs. Uiteindelijk wordt daarmee hun arsenaal aan didactische werkvormen groter.

Bron: SURF website Special Interest Group Open Education

SURF thema-uitgave ‘Open en online onderwijs – editie Verbinding met beroepspraktijk’

De 6e thema-uitgave van open en online onderwijs gaat over ‘Verbinding Onderwijs en beroepspraktijk’. SURFnet en Special Interest Group Open Education hebben deze thema-uitgave samengesteld aan de hand een pressure cook sessie over de samenwerking tussen onderwijs en werkveld.

Hoe kun je online of blended werkvormen inzetten om kennis en ervaringen van het werkveld te integreren in het campusonderwijs? Onderwijs dat goed aansluit op de latere beroepspraktijk, is relevant en inspirerend voor studenten. Online werkvormen bieden nieuwe mogelijkheden om deze samenwerking met de beroepspraktijk laagdrempelig vorm te geven. In deze thema-uitgave voorbeelden van 5 instellingen die online of blended werkvormen inzetten om kennis en ervaringen van het werkveld te integreren in het campusonderwijs.

  • Sigrid Vermin (Hogeschool Rotterdam) zet uiteen hoe studenten van de opleiding Verpleegkunde zich met een formatieve toets voorbereiden op hun stage.
  • Dorien Ginsel (Hogeschool Utrecht) schrijft over de ShoulderCommunity, een community of practice waarin alle kennis over de schouder is gebundeld.
  • Liesbeth Rijsdijk (Hogeschool Windesheim) laat zien hoe hogeschool Windesheim in het curriculum de verbinding legt met de werksituatie.
  • Juliette Santegoeds (Haagse Hogeschool) van het project Denken, doen, delen uit de stimuleringsregeling Open en online onderwijs, licht toe hoe zij studenten en professionals uit het openbaar bestuur verbinden met behulp van de ontwikkelde MOOC Challenging government.
  • Fred de Vries (Fontys Hogescholen) beschrijft de instellingsbrede aanpak van Fontys om de beroepspraktijk in het onderwijs te integreren door intensief samen te werken met bedrijven uit de regio.
  • In de 2 intermezzo’s staan het Digitaal leernetwerk bij Saxion centraal (Dorine Koopman) en het online platform van de Universiteit Utrecht voor alumni om zich goed voor te kunnen bereiden op de arbeidsmarkt.

Bron: SURF

themauitgaveoo6

Eerder verschenen al thema-uitgaven over de onderwerpen:

  1. Didactiek van open en online onderwijs (september 2014)
  2. Kansen die open en online onderwijs biedt voor campusonderwijs (november 2014)
  3. Nieuwe doelgroepen die open en online onderwijs kan bereiken (maart 2015)
  4. Toetsen in open en online onderwijs (juni 2015)
  5. Open textbooks (januari 2016)

Het ontwerpen en modereren van een social MOOC

ExploringSocialLearning

Marlo Kengen & Petra Peeters, de ontwerpers en moderatoren van de MOOC Exploring Social Learning.hebben een artikel schreven voor het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling (nr. 2, 2016) waarin ze hun ontwerpprincipes en leermomenten beschrijven.

Ontwerpprincipes

Stem zorgvuldig af op de doelgroep
Dit was door de diversiteit van de groep (zowel qua MOOC-ervaring als qua voorkennis, werkervaring) lastig, daarom werden zowel funderende als verdiepende en theoretische als praktische bronen aangeboden. Tevens werd alleen Curatr als leeromgeving gebruikt en niet van andere sociale media. En er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de beschikbare spelelementen in het platform Curatr.

Werk vanuit heldere doelen
Deze waren tweeledig: inhoudelijk over social learning en gerelateerd aan de leervorm (kennismaken met toepassingsmogelijkheden van MOOC en leren cureren).

Maak deelname laagdrempelig
De MOOC was gratis en kort (4 weken) en een tijdsinvestering van 2à 3 uur per week. Wekelijks werden vijf tot acht bronnen (zoals artikelen, blogs, etc.) aangeboden en bij elke bron werd een inschatting van de benodigde tijd gegeven. Tevens in een paar zinnen werd de bron beschreven.

Creëer een heldere opbouw
Een heldere opbouw biedt deelnemers zicht op waar ze nu mee aan de slag gaan en wat verderop volgt. Het doel was nieuwsgierigheid te prikkelen.

Bied afwisseling in bronnen
Om tegemoet te komen aan verschillen in de doelgroep werden blogs, animaties, websites, fi lmpjes, artikelen, infographics en hoofdstukken uit boeken ingezet met een mix van ‘staande kennis’, meningen en praktijkervaringen.

Werk met vragen
Bij elke bron was een vraag geformuleerd om deelnemers aan het denken te zetten en om discussie binnen het platform op gang te brengen.

Plan contact
W
ekelijkse werden e-mails verstuurd om deelnemers betrokken te houden. Hierin werd ook teruggekeken op interessante discussies in de week daarvoor.

Uitgangspunten voor het modereren

De moderatoren Petra Peeters en Marlo Kengen hebben de MOOC top begeleid, schreef ik al eerder. Snelle reacties, verdiepende vragen, goed hoor. Het kostte hen minimaal 1 à 2 uur per dag.

  • Deelnemers verwelkomen
    De eerste vraag in de MOOC was: ‘Stel je voor! Veel deelnemers werden persoonlijk welkom geheten door bijvoorbeeld hun naam te gebruiken en hen, aansluitend bij hun toelichting, succes te wensen of verder te helpen. Hier werden deelnemers en moderatoren ‘zichtbaar’ en werd de basis gelegd voor verdere bijdragen en discussies.
  • Verdiepen door doorvragen
  • Verbinden. Door de vele reacties was het voor deelnemers lastig om overzicht te houden. De moderatoren verwezen mensen naar elkaar.
  • Uitnodigen. Auteurs van verschillende bronnen modereerden ook hun eigen materiaal.
  • Bijdragen waarderen. Er was veel aandacht aan het sociale aspect van de MOOC.
  • Snel actie ondernemen
  • Autonomie stimuleren

Lessons learned van de moderatoren

Stuur bij
Je leert de behoeftes van de deelnemers kennen door hun reactie en de analytics van het platform te gebruiken. Gebruik deze input. Tackel ook snel bij technische problemen.

Vragen als katalysator voor het leren
Door vragen te stellen bij de aangeboden bronnen wordt het leren verdiept. De ontstane discussie ondersteunt ook het sociale leren.

Kies bronnen bewust
Omdat het een gegeven is dat activiteiten minder worden gedurende de MOOC worden eerste bronnen vaker bekeken. Selecteer daarom eerder minder dan meer bronnen.

Autonomie komt niet automatisch
Er was geen verplichting om alles te lezen of om alle vragen te beantwoorden. MOOC werd niet afgerond met een toets. Weinig deelnemers maakten eigen keuzes, passend bij hun doelen en agenda. De meeste lazen alles (vrij schools) in de aangeboden volgorde. De volgende keer zal expliciet aandacht besteed worden aan autonomie van leren.

Het behouden of loslaten van overzicht
Het Curatr platfom kan aan sociale kracht winnen door meer zoekmogelijkheden aan te bieden, en ook door de opties voor het ordenen van bijdrages en volgen van deelnemers toe te voegen

Heb vertrouwen
Als moderator moet je vertrouwen hebben en durven los te laten.

 

Dit blog is eerder gepubliceerd op 2beJAMmed

Open Onderwijs, twee geloven op één kussen. Afscheidsrede Peter Sloep.

OpenOnderwijs_SloepTijdens zijn afscheidsrede als hoogleraar Technology Enhanced Learning bij het Welten Instituut van de Open Universiteit heeft prof. dr. Peter B. Sloep aandacht besteed aan de tegenstelling tussen onderwijs als manier om geld te verdienen en onderwijs als instrument om de mensheid te verlichten. Hij gaat hierbij uit van twee vormen van open onderwijs: de openheid van universiteiten en openheid van MOOC’s

Zijn samenvatting:

Openheid in het onderwijs kent vele verschijningsvormen. In deze rede beperk ik me tot het vergelijken van de openheid van open universiteiten met die van grootschalige open online cursussen, beter bekend als MOOC’s. MOOC’s zijn de meeste recente en meest in het oog springende loot aan de boom van openheid in het onderwijs. Na enkele definities van openheid in het onderwijs de revue te laten passeren, bespreek ik kort de ongeveer 40-jarige geschiedenis van openheid zoals open universiteiten die hebben vorm gegeven en de ongeveer 5-jarige geschiedenis van MOOC’s. Dat leidt tot het inzicht dat beide vormen van openheid gestoeld zijn op geheel verschillende uitgangspunten. Waar open universiteiten gebouwd zijn op het fundamentele, door de overheid gegarandeerde recht op onderwijs, komen MOOC’s voort uit marktdenken; waar open universiteiten aansluiten bij een humanitair waardesysteem, omarmen MOOC’s een utilitair waardesysteem. Hoewel voor beide opvattingen ruimte is en misschien wel moet zijn, huldigen sommigen de opvatting dat MOOC’s ons vigerende onderwijs onvermijdelijk overbodig zal maken. In mijn rede bestrijd ik die opvatting en zal ik ook kort schetsen welke rol onze eigen Open Universiteit in die discussie zou moeten nemen.

Selecteren / ontwikkelen & beschikbaar stellen van Open Onderwijsmateriaal

Ten behoeve van de ontwikkelaars van de onderwijsmodules van Zuyd Professional is deze handreiking (pdf) opgesteld door Judith van Hooijdonk. In onderstaand blog een korte weergave hiervan, met voornamelijk verwijzingen naar oudere berichten op dit blog.

Uitgangspunt Blended Learning Zuyd Professional bij het ontwikkelen van onderwijsmodules is:
• Online als het kan, face-to-face als het moet
• Open onderwijsmateriaal wordt gepubliceerd onder een open creative common licentie en er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van open onderwijsmateriaal.

De infographic van SURF is een stappenplan die 3 relevante vragen stelt: waarom wil je online onderwijs inzetten, wat wil je gaan ontwikkelen en hoe ga je dat doen. Elke vraag is nader uitgewerkt in een rijtje subvragen die samen een handreiking vormen voor het ontwerpen van online onderwijs. In thema-uitgave didactiek bij open en online onderwijs zijn praktische do’s voor de didactiek van open en online onderwijs opgenomen. Veel tips voor de didactiek van open en online onderwijs net zo goed voor campusonderwijs.
Ontwerpproces
• Neem niet het bestaande onderwijs als vertrekpunt.
• Start met het ontwerp van onderwijs: waarom (leerdoelen), voor wie, wat (inhoud) en hoe (werkvormen en leeractiviteiten).
• Bepaal vooraf de rollen van studenten, docenten, moderatoren etc.
• Baseer je ontwerp op onderzoeksresultaten.
• Houd in je ontwerp rekening met verschillende leervoorkeuren.
• Houd in je ontwerp rekening met verschillende culturele contexten.
• Zoek naar de ideale mix van online en offline werkvormen.
• Kijk of je bestaande open leermaterialen kunt inzetten in plaats van alles zelf te ontwikkelen.
• Stel een stappenplan op voor de ontwikkelfase.
• Stel een checklist op met criteria waaraan online onderwijs moet voldoen.
• Stel het ontwerp bij: onderzoek al doende wat wel en niet werkt bij open en online onderwijs (leren over leren).
Implementatie
• Vergroot de toepasbaarheid van het geleerde: maak een vertaalslag naar de praktijk.
• Laat studenten leren in relatie tot hun eigen omgeving; laat ze bij voorkeur aan hun eigen casus werken. Sluit aan bij de voorkennis van studenten.
• Gebruik actieve werkvormen.
• Faciliteer interactie en samenwerking tussen studenten.
• Laat studenten een mentale inspanning leveren.
• Houd rekening met de diversiteit bij een grote doelgroep.
• Speel in op individuele leerbehoeften.
• Begin met het uitwerken van het leerpad van de student en stel dan de vraag hoe docenten dat proces het beste kunnen begeleiden.
• Zorg dat de gebruikte digitale toetsen en opdrachten studenten uitdagen.
• Kies voor korte leereenheden.
• Gebruik veel herhalingsmomenten.
• Vermijd louter talking heads.
• Zoek aansluiting bij evidence based onderwijs.
• Gebruik learning analytics om informatie te krijgen over leergedrag en voortgang van studenten.
• Pas waar mogelijk adaptief leren toe.
• Plan leeractiviteiten sequentieel in plaats van parallel.
• Kies voor een duidelijk ritme. tel een tijdschema op.
• Geef duidelijke instructies.
Communicatie
• Zorg voor directe en effectieve feedback (door docenten, peers etc.).
• Bepaal welke feedback geautomatiseerd kan worden en voor welke feedback de human touch noodzakelijk is.
• Houd studenten actief en betrokken, door regelmatig contactmomenten te hebben.
• Houd de discussies op het forum goed in de gaten, selecteer de belangrijkste vragen en thema’s en laat docenten of moderatoren daarop reageren.
• Zorg voor sociale aanwezigheid van de docent, een ‘menselijke moderator’ die studenten feedback geeft en hen begeleidt.
• Denk goed na over een effectief en responsive interactiemodel.
• Luister naar de wensen, behoeften en tevredenheid van studenten.
• Maak de voortgang van studenten inzichtelijk.
• Beloon studenten voor goede resultaten.

Welke soorten open onderwijsmaterialen zijn er?

Het aanbod van open onderwijsmaterialen is omvangrijk en divers. In het begrippenkader beschrijft SURF beschrijft de verschillende soorten, zoals weblectures, OER, MOOCs, Open CourseWare, Open Textbooks.

Waar vind je open onderwijsmateriaal?

Er zijn verschillende websites waar open onderwijsmaterialen worden verzameld en  waar ze doorzocht kunnen worden. In het blogbericht Op zoek naar open onderwijsmateriaal is een overzicht te vinden. Deze pagina wordt regelmatig bijgewerkt.

Een zoekmachine die goed te gebruiken is, is search.creativecommons.org. Zuyd Bibliotheek heeft een licentie op Britannica Image Quest. Hier vind je rechtenvrije afbeeldingen die je kan gebruiken voor het onderwijs. Meer over auteursrechten en audiovisueel materiaal op de website van bibliotheek.
De HBO Kennisbank is dé toegangspoort naar kennisproducten van hogescholen. Deze worden door opname in de HBO Kennisbank beschikbaar via een creative common licentie gemaakt voor hergebruik.

Ontwikkelen en beschikbaar stellen van open onderwijsmaterialen

Zowel bij het selecteren als het ontwikkelen van OER is enige kennis over auteursrecht en creative commons noodzakelijk. Niet alles wat online via internet te vinden is, mag je voor onderwijs doeleinden gebruiken. Linken (en openen in een nieuws venster) mag altijd, ook naar illegale bronnen. En embedden is een vorm van linken.
Via de Portal Auteursrecht van Zuyd Bibliotheek is informatie en handige tips te vinden. Zie oa deze handige vuistregels voor beeld en geluid. De regelgeving rondom auteursrecht is niet gemakkelijk. Vragen kan je stellen aan en ondersteuning wordt geboden door het Team AIP.

PortalAuteursrecht

Creative Commons

Het aanbieden van werk met een Creative Commons licentie betekent niet dat de maker de auteursrechten opgeeft. Hij houdt alle rechten, maar maakt zo duidelijk wat anderen met het werk mogen doen. Verspreiden, met anderen delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken. Publiceer je zonder een Creative Commons licentie dan zou iedereen expliciet toestemming moeten vragen voor elk gebruik van het werk, want dan valt het automatisch onder de auteurswet (copyright). Je kunt ook via een CC0 verklaring aangeven volledig afstand te doen van je auteursrechten en je werk voor het publieke domein vrij te geven.

Met een keuze uit zes (gratis) beschikbare standaardlicenties bepaal je in welke mate je je werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Op de site van Creative Commons vind je een overzicht van de zes beschikbare licenties:

CC1*er dienen nog afspraken gemaakt worden onder welke CC-licenties het ontwikkeld onderwijsmateriaal van Zuyd Professional gepubliceerd gaat worden.

Zie ook onderstaande infographic met toelichting van de zes open licenties (via Raymond Snijders)

CC

Meer informatie over Open Onderwijs, zie de website Open Access.
Engelstalige informatie over Open Onderwijs is te vinden via de bibliotheeksite van de Universiteit Maastricht.

Wanna Work Together? from Creative Commons on Vimeo.