Het ontwerpen en modereren van een social MOOC

ExploringSocialLearning

Marlo Kengen & Petra Peeters, de ontwerpers en moderatoren van de MOOC Exploring Social Learning.hebben een artikel schreven voor het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling (nr. 2, 2016) waarin ze hun ontwerpprincipes en leermomenten beschrijven.

Ontwerpprincipes

Stem zorgvuldig af op de doelgroep
Dit was door de diversiteit van de groep (zowel qua MOOC-ervaring als qua voorkennis, werkervaring) lastig, daarom werden zowel funderende als verdiepende en theoretische als praktische bronen aangeboden. Tevens werd alleen Curatr als leeromgeving gebruikt en niet van andere sociale media. En er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de beschikbare spelelementen in het platform Curatr.

Werk vanuit heldere doelen
Deze waren tweeledig: inhoudelijk over social learning en gerelateerd aan de leervorm (kennismaken met toepassingsmogelijkheden van MOOC en leren cureren).

Maak deelname laagdrempelig
De MOOC was gratis en kort (4 weken) en een tijdsinvestering van 2à 3 uur per week. Wekelijks werden vijf tot acht bronnen (zoals artikelen, blogs, etc.) aangeboden en bij elke bron werd een inschatting van de benodigde tijd gegeven. Tevens in een paar zinnen werd de bron beschreven.

Creëer een heldere opbouw
Een heldere opbouw biedt deelnemers zicht op waar ze nu mee aan de slag gaan en wat verderop volgt. Het doel was nieuwsgierigheid te prikkelen.

Bied afwisseling in bronnen
Om tegemoet te komen aan verschillen in de doelgroep werden blogs, animaties, websites, fi lmpjes, artikelen, infographics en hoofdstukken uit boeken ingezet met een mix van ‘staande kennis’, meningen en praktijkervaringen.

Werk met vragen
Bij elke bron was een vraag geformuleerd om deelnemers aan het denken te zetten en om discussie binnen het platform op gang te brengen.

Plan contact
W
ekelijkse werden e-mails verstuurd om deelnemers betrokken te houden. Hierin werd ook teruggekeken op interessante discussies in de week daarvoor.

Uitgangspunten voor het modereren

De moderatoren Petra Peeters en Marlo Kengen hebben de MOOC top begeleid, schreef ik al eerder. Snelle reacties, verdiepende vragen, goed hoor. Het kostte hen minimaal 1 à 2 uur per dag.

  • Deelnemers verwelkomen
    De eerste vraag in de MOOC was: ‘Stel je voor! Veel deelnemers werden persoonlijk welkom geheten door bijvoorbeeld hun naam te gebruiken en hen, aansluitend bij hun toelichting, succes te wensen of verder te helpen. Hier werden deelnemers en moderatoren ‘zichtbaar’ en werd de basis gelegd voor verdere bijdragen en discussies.
  • Verdiepen door doorvragen
  • Verbinden. Door de vele reacties was het voor deelnemers lastig om overzicht te houden. De moderatoren verwezen mensen naar elkaar.
  • Uitnodigen. Auteurs van verschillende bronnen modereerden ook hun eigen materiaal.
  • Bijdragen waarderen. Er was veel aandacht aan het sociale aspect van de MOOC.
  • Snel actie ondernemen
  • Autonomie stimuleren

Lessons learned van de moderatoren

Stuur bij
Je leert de behoeftes van de deelnemers kennen door hun reactie en de analytics van het platform te gebruiken. Gebruik deze input. Tackel ook snel bij technische problemen.

Vragen als katalysator voor het leren
Door vragen te stellen bij de aangeboden bronnen wordt het leren verdiept. De ontstane discussie ondersteunt ook het sociale leren.

Kies bronnen bewust
Omdat het een gegeven is dat activiteiten minder worden gedurende de MOOC worden eerste bronnen vaker bekeken. Selecteer daarom eerder minder dan meer bronnen.

Autonomie komt niet automatisch
Er was geen verplichting om alles te lezen of om alle vragen te beantwoorden. MOOC werd niet afgerond met een toets. Weinig deelnemers maakten eigen keuzes, passend bij hun doelen en agenda. De meeste lazen alles (vrij schools) in de aangeboden volgorde. De volgende keer zal expliciet aandacht besteed worden aan autonomie van leren.

Het behouden of loslaten van overzicht
Het Curatr platfom kan aan sociale kracht winnen door meer zoekmogelijkheden aan te bieden, en ook door de opties voor het ordenen van bijdrages en volgen van deelnemers toe te voegen

Heb vertrouwen
Als moderator moet je vertrouwen hebben en durven los te laten.

 

Dit blog is eerder gepubliceerd op 2beJAMmed

Open Onderwijs, twee geloven op één kussen. Afscheidsrede Peter Sloep.

OpenOnderwijs_SloepTijdens zijn afscheidsrede als hoogleraar Technology Enhanced Learning bij het Welten Instituut van de Open Universiteit heeft prof. dr. Peter B. Sloep aandacht besteed aan de tegenstelling tussen onderwijs als manier om geld te verdienen en onderwijs als instrument om de mensheid te verlichten. Hij gaat hierbij uit van twee vormen van open onderwijs: de openheid van universiteiten en openheid van MOOC’s

Zijn samenvatting:

Openheid in het onderwijs kent vele verschijningsvormen. In deze rede beperk ik me tot het vergelijken van de openheid van open universiteiten met die van grootschalige open online cursussen, beter bekend als MOOC’s. MOOC’s zijn de meeste recente en meest in het oog springende loot aan de boom van openheid in het onderwijs. Na enkele definities van openheid in het onderwijs de revue te laten passeren, bespreek ik kort de ongeveer 40-jarige geschiedenis van openheid zoals open universiteiten die hebben vorm gegeven en de ongeveer 5-jarige geschiedenis van MOOC’s. Dat leidt tot het inzicht dat beide vormen van openheid gestoeld zijn op geheel verschillende uitgangspunten. Waar open universiteiten gebouwd zijn op het fundamentele, door de overheid gegarandeerde recht op onderwijs, komen MOOC’s voort uit marktdenken; waar open universiteiten aansluiten bij een humanitair waardesysteem, omarmen MOOC’s een utilitair waardesysteem. Hoewel voor beide opvattingen ruimte is en misschien wel moet zijn, huldigen sommigen de opvatting dat MOOC’s ons vigerende onderwijs onvermijdelijk overbodig zal maken. In mijn rede bestrijd ik die opvatting en zal ik ook kort schetsen welke rol onze eigen Open Universiteit in die discussie zou moeten nemen.

Selecteren / ontwikkelen & beschikbaar stellen van Open Onderwijsmateriaal

Ten behoeve van de ontwikkelaars van de onderwijsmodules van Zuyd Professional is deze handreiking (pdf) opgesteld door Judith van Hooijdonk. In onderstaand blog een korte weergave hiervan, met voornamelijk verwijzingen naar oudere berichten op dit blog.

Uitgangspunt Blended Learning Zuyd Professional bij het ontwikkelen van onderwijsmodules is:
• Online als het kan, face-to-face als het moet
• Open onderwijsmateriaal wordt gepubliceerd onder een open creative common licentie en er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van open onderwijsmateriaal.

De infographic van SURF is een stappenplan die 3 relevante vragen stelt: waarom wil je online onderwijs inzetten, wat wil je gaan ontwikkelen en hoe ga je dat doen. Elke vraag is nader uitgewerkt in een rijtje subvragen die samen een handreiking vormen voor het ontwerpen van online onderwijs. In thema-uitgave didactiek bij open en online onderwijs zijn praktische do’s voor de didactiek van open en online onderwijs opgenomen. Veel tips voor de didactiek van open en online onderwijs net zo goed voor campusonderwijs.
Ontwerpproces
• Neem niet het bestaande onderwijs als vertrekpunt.
• Start met het ontwerp van onderwijs: waarom (leerdoelen), voor wie, wat (inhoud) en hoe (werkvormen en leeractiviteiten).
• Bepaal vooraf de rollen van studenten, docenten, moderatoren etc.
• Baseer je ontwerp op onderzoeksresultaten.
• Houd in je ontwerp rekening met verschillende leervoorkeuren.
• Houd in je ontwerp rekening met verschillende culturele contexten.
• Zoek naar de ideale mix van online en offline werkvormen.
• Kijk of je bestaande open leermaterialen kunt inzetten in plaats van alles zelf te ontwikkelen.
• Stel een stappenplan op voor de ontwikkelfase.
• Stel een checklist op met criteria waaraan online onderwijs moet voldoen.
• Stel het ontwerp bij: onderzoek al doende wat wel en niet werkt bij open en online onderwijs (leren over leren).
Implementatie
• Vergroot de toepasbaarheid van het geleerde: maak een vertaalslag naar de praktijk.
• Laat studenten leren in relatie tot hun eigen omgeving; laat ze bij voorkeur aan hun eigen casus werken. Sluit aan bij de voorkennis van studenten.
• Gebruik actieve werkvormen.
• Faciliteer interactie en samenwerking tussen studenten.
• Laat studenten een mentale inspanning leveren.
• Houd rekening met de diversiteit bij een grote doelgroep.
• Speel in op individuele leerbehoeften.
• Begin met het uitwerken van het leerpad van de student en stel dan de vraag hoe docenten dat proces het beste kunnen begeleiden.
• Zorg dat de gebruikte digitale toetsen en opdrachten studenten uitdagen.
• Kies voor korte leereenheden.
• Gebruik veel herhalingsmomenten.
• Vermijd louter talking heads.
• Zoek aansluiting bij evidence based onderwijs.
• Gebruik learning analytics om informatie te krijgen over leergedrag en voortgang van studenten.
• Pas waar mogelijk adaptief leren toe.
• Plan leeractiviteiten sequentieel in plaats van parallel.
• Kies voor een duidelijk ritme. tel een tijdschema op.
• Geef duidelijke instructies.
Communicatie
• Zorg voor directe en effectieve feedback (door docenten, peers etc.).
• Bepaal welke feedback geautomatiseerd kan worden en voor welke feedback de human touch noodzakelijk is.
• Houd studenten actief en betrokken, door regelmatig contactmomenten te hebben.
• Houd de discussies op het forum goed in de gaten, selecteer de belangrijkste vragen en thema’s en laat docenten of moderatoren daarop reageren.
• Zorg voor sociale aanwezigheid van de docent, een ‘menselijke moderator’ die studenten feedback geeft en hen begeleidt.
• Denk goed na over een effectief en responsive interactiemodel.
• Luister naar de wensen, behoeften en tevredenheid van studenten.
• Maak de voortgang van studenten inzichtelijk.
• Beloon studenten voor goede resultaten.

Welke soorten open onderwijsmaterialen zijn er?

Het aanbod van open onderwijsmaterialen is omvangrijk en divers. In het begrippenkader beschrijft SURF beschrijft de verschillende soorten, zoals weblectures, OER, MOOCs, Open CourseWare, Open Textbooks.

Waar vind je open onderwijsmateriaal?

Er zijn verschillende websites waar open onderwijsmaterialen worden verzameld en  waar ze doorzocht kunnen worden. In het blogbericht Op zoek naar open onderwijsmateriaal is een overzicht te vinden. Deze pagina wordt regelmatig bijgewerkt.

Een zoekmachine die goed te gebruiken is, is search.creativecommons.org. Zuyd Bibliotheek heeft een licentie op Britannica Image Quest. Hier vind je rechtenvrije afbeeldingen die je kan gebruiken voor het onderwijs. Meer over auteursrechten en audiovisueel materiaal op de website van bibliotheek.
De HBO Kennisbank is dé toegangspoort naar kennisproducten van hogescholen. Deze worden door opname in de HBO Kennisbank beschikbaar via een creative common licentie gemaakt voor hergebruik.

Ontwikkelen en beschikbaar stellen van open onderwijsmaterialen

Zowel bij het selecteren als het ontwikkelen van OER is enige kennis over auteursrecht en creative commons noodzakelijk. Niet alles wat online via internet te vinden is, mag je voor onderwijs doeleinden gebruiken. Linken (en openen in een nieuws venster) mag altijd, ook naar illegale bronnen. En embedden is een vorm van linken.
Via de Portal Auteursrecht van Zuyd Bibliotheek is informatie en handige tips te vinden. Zie oa deze handige vuistregels voor beeld en geluid. De regelgeving rondom auteursrecht is niet gemakkelijk. Vragen kan je stellen aan en ondersteuning wordt geboden door het Team AIP.

PortalAuteursrecht

Creative Commons

Het aanbieden van werk met een Creative Commons licentie betekent niet dat de maker de auteursrechten opgeeft. Hij houdt alle rechten, maar maakt zo duidelijk wat anderen met het werk mogen doen. Verspreiden, met anderen delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken. Publiceer je zonder een Creative Commons licentie dan zou iedereen expliciet toestemming moeten vragen voor elk gebruik van het werk, want dan valt het automatisch onder de auteurswet (copyright). Je kunt ook via een CC0 verklaring aangeven volledig afstand te doen van je auteursrechten en je werk voor het publieke domein vrij te geven.

Met een keuze uit zes (gratis) beschikbare standaardlicenties bepaal je in welke mate je je werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Op de site van Creative Commons vind je een overzicht van de zes beschikbare licenties:

CC1*er dienen nog afspraken gemaakt worden onder welke CC-licenties het ontwikkeld onderwijsmateriaal van Zuyd Professional gepubliceerd gaat worden.

Zie ook onderstaande infographic met toelichting van de zes open licenties (via Raymond Snijders)

CC

Meer informatie over Open Onderwijs, zie de website Open Access.
Engelstalige informatie over Open Onderwijs is te vinden via de bibliotheeksite van de Universiteit Maastricht.

Wanna Work Together? from Creative Commons on Vimeo.

Open online cursus over verloskunde

AVMTer gelegenheid van de inauguratie van Marianne Nieuwenhuijze als lector Midwifery biedt de Academie Verloskunde Maastricht van Zuyd een gratis Open Online Cursus aan over enkele onderwerpen uit de verloskunde.

De Nederlandstalige cursus ‘Midwifery science for midwifery practice’ start op 4 april en loopt tot en met 23 mei 2016. Nagenoeg elke twee weken start een nieuw thema waarin wekelijks nieuwe lessen beschikbaar komen. De studiebelasting is 1 à 2 uur per week. Je bepaalt zelf wanneer je met de lesstof aan de slag gaat. De lessen bestaan uit korte introductieteksten, kennisclips, korte video’s, quizjes en forumdiscussies.

Deze eerste open online cursus van Zuyd is gebouwd in Open Education platform van Blackboard door Evelien van Limbeek, senior docent en onderzoeker bij de AVM. Zij houdt zich bezig met het EBM-onderwijs, blended learning en gezondheidsbevordering.

Via direct mail en de Facebookpagina van de opleiding zijn deelnemers uitgenodigd voor deze cursus. Inmiddels hebben zo’n 200 mensen zich ingeschreven. Het is niet Massive, maar wel Open (iedereen kan zich inschrijven) en volledig Online. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van Open Educational Resources en het materiaal dat zelf ontwikkeld is, wordt ook als Open Educational Resources aangeboden. Net als het MOOCZI-project heeft Evelien gebruik gemaakt van diverse opnametechnieken: video’s met talking heads, kennisclips, videoscibe, ingesproken Powerpoints/Prezi. Elke filmpje heeft, net als bij de IF1-cursus van de faculteit ICT, een eigen leader gemaakt door Pieter Dekkers.

Het bouwen van content in het Open Education Platform van Blackboard werkt op dezelfde wijze als cursussen bouwen in de Blackboardomgeving van Zuyd. Als instelling kunnen wij van dit platform gebruik maken omdat wij een Blackboardlicentie hebben.

De cursus start met een welkomstwoord en vide0-introductie van de lector Midwifery. Een rooster, betrokken docenten en mededelingen behoren tot de basiselementen van deze cursus. Uiteraard wordt gestart met een voorstelrondje in de virtuele koffiekamer. De modules gezondheidsbevordering, fysiologische verloskunde en clientparticipatie zijn adaptief opgebouwd. Na elke onderdeel moet je aangeven of je deze hebt doorlopen, alleen dan krijg je toegang tot het volgende onderdeel. Daarnaast wordt via ‘aanvullende informatiebronnen’ per module extra video’s en literatuur aangeboden. Zie ook de introductievideo.

AVM

Klik op de afbeelding voor een korte introductie van de leeromgeving

Uiteraard zal na afloop de open en online cursus worden geëvalueerd, met studenten en docenten. De resultaten hiervan zullen later gedeeld worden.

Regelgeving en aandachtspunten bij opschaling van open en online onderwijs

SURFnet publiceerde tijdens de Open Education Week (7 t/m 11 maart) een verkenning rondom regelgeving en aandachtspunten bij opschaling van open en online onderwijs.

VerkenningOE

Uit de inleiding:

De verkenning is bedoeld als handvat voor universiteiten en hogescholen die zich (willen) richten op de inzet van open en online onderwijs. Het doel is drieledig:

  1. de belangrijkste randvoorwaarden en regelgeving identificeren en toelichten;
  2. voorbeelden presenteren uit de praktijk van een onderwijsinstelling om te laten zien wat er binnen de huidige kaders mogelijk is;
  3. een vergezicht bieden naar de opschaling van open en online onderwijs: in hoeverre moeten randvoorwaarden en wettelijke kaders worden aangepast?

Er zijn totaal vijf thema’s waar deze drie aspecten worden toegelicht. De thema’s:

  1. begeleiding van studenten;
  2. implicaties van tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs;
  3. online toetsen;
  4. erkenning van online onderwijs in formeel onderwijs;
  5. delen van leermaterialen.

Bij elk thema worden de drie aspecten (randvoorwaarden en regelgeving, praktijkvoorbeelden en vergezicht) toegelicht.

Volgens de samenstellers van het rapport zijn er vier argumenten voor het op grotere schaal aanbieden en faciliteren van open en online onderwijs

  1. hogere onderwijskwaliteit
  2. effectievere besteding van contacttijd
  3. flexibilisering onderwijs en onderwijs op maat
  4. rijkere en internationalere leeromgeving

Belangrijke vraag hierbij is of de huidige wet en regelgeving deze ontwikkeling in de weg staat.

De samenvatting:
Ten aanzien van de vijf thema’s waar deze verkenning zich op richt, zijn de volgende conclusies te trekken:

Contacttijd in online onderwijs
In het kader van de prestatieafspraken over het eerste jaar van het voltijd bacheloronderwijs kan virtueel contact in het wo wel onder de definitie van contacttijd worden geschaard. in het hbo is dit niet het geval. Tenzij een hbo-instelling op dit punt een afwijkende individuele prestatieafspraak heeft gemaakt. Voor de andere jaren in de bachelor- en masterfase gelden dergelijke afspraken niet. Dat betekent dat de instellingen daar de nodige ruimte hebben om een eigen invulling aan contacttijd en begeleiding te geven.
Hogeronderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor kwaliteit, binding en begeleiding, maar de vraag is of begrippen als contacturen en vestigingsplaats hiervoor ook in de toekomst het beste instrumentarium bieden. De begrippen ‘binding’ en ‘begeleiding’ vragen in deze context om een herijking. Inspirerende ontmoetingen tussen student en docent kunnen ook in online leergemeenschappen ontstaan; faceto-face contacttijd hoeft niet in alle gevallen leidend te zijn. Het is belangrijk hier te differentiëren naar doelgroep. Het verlopen van de prestatieafspraken in 2016 biedt in ieder geval de mogelijkheid de definitie van contacttijd aan te passen, met name voor het hbo.

Percentage online onderwijs in de opleiding
De Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014 stelt geen limiet aan het kiezen van een online vorm voor het onderwijsaanbod van de eigen instelling, maar de inzet van online onderwijs dat wordt aangeboden door andere instellingen is gelimiteerd tot een derde van het curriculum. Niet helemaal duidelijk is of de ‘25%-regel’ (tenminste een kwart van de opleiding moet fysiek bij de Nederlandse opleiding in Nederland worden gevolgd) van toepassing is op studenten die Nederlands hoger onderwijs geheel online vanuit het buitenland volgen.
De genoemde beleidsregels gaan (gedeeltelijk) uit van bestaande ideeën over de meerwaarde van face-to-face onderwijs ten opzichte van online en asynchroon onderwijs. In het kader van de beoogde opschaling van open en online onderwijs is het goed dit kritisch te evalueren. Nu ‘fysieke locatie’ een andere betekenis krijgt doordat het onderwijs internationaliseert en digitaliseert, is de vraag welke impact dit heeft op het concept van doelmatigheid. Ook is de vraag of onderwijs op de locatie van de instelling een randvoorwaarde is om ‘binding’ met de opleiding te creëren.

Online proctoring
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) heeft geen bepalingen die een belemmering vormen voor online proctoring. Wel is van belang deze vorm van online surveilleren in goed overleg tussen het opleidingsbestuur en de examencommissie vorm te geven. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vereist echter wel aanvullende maatregelen ten opzichte van fysieke toetsafname.
Een belangrijke stap op de korte termijn is de verheldering van de implicaties van de Wbp. De komende jaren zullen good practices ontstaan van instellingen die gebruik maken van de ruimte die er is om online proctoring in te zetten op een manier die past binnen de grenzen van de Wbp. Het is goed om ook naar online proctoring te kijken met het oog op opschaalbaarheid. Bij grote aantallen online studenten zijn niet alle toetsvormen even geschikt.

Kwaliteitszorg bij integratie van online onderwijs in formeel onderwijs
Wanneer online onderwijseenheden in het onderwijsprogramma geïntegreerd zijn, worden deze onderwerp van de interne kwaliteitszorg van de opleiding. De instelling moet ervoor zorgen dat dit binnen de interne kwaliteitszorg wordt geborgd en dat binnen de instelling de nodige expertise aanwezig is.
Om de kwaliteit te kunnen borgen is het belangrijk dat externe (visitatie)panels en de examencommissies voldoende expertise hebben op het gebied van online onderwijs. Bij het integreren van extern online onderwijs in het eigen programma spelen ook financiële aandachtspunten (zoals de kosten van verified certificates).

Individuele vrijstelling volgens de EVC-procedure
Wanneer een individuele student om een vrijstelling vraagt op basis van een extern gevolgde online onderwijseenheid, bepaalt de examencommissie per geval of de vrijstelling wordt toegewezen of als vrije studiekeuze wordt erkend. Dit is arbeidsintensief en stelt de examencommissie voor verschillende uitdagingen, namelijk beoordeling van niveau, inhoud en aansluiting op het onderwijsprogramma.
De huidige, individuele erkenning is niet schaalbaar. Mogelijke oplossingen zijn een supplement bij het certificaat, een internationale kwaliteitsstandaard, een clearinghouse, alliantievorming, afspraken op sectorniveau of de selectie van onderwijsmodules door de opleiding.

Auteursrecht 
De belangrijkste regelgeving is het auteursrecht. Daarnaast zijn in de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) van docenten in het hoger onderwijs standaardafspraken vastgelegd over het eigendomsrecht van het materiaal dat in het kader van het dienstverband is ontwikkeld. De cao’s van hbo- en wo-instellingen verschillen hierin.
Belangrijk is bewustzijnsontwikkeling bij instellingen en docenten over rechten die rusten op materiaal. Per instelling zou zoveel mogelijk duidelijkheid moeten worden geboden over auteursrecht op zelf ontwikkeld onderwijsmateriaal, in aanvulling op bepalingen uit de cao (die verschillen tussen hbo en wo).

Inzet van elders ontwikkelde open educational resources (OER)
Het gebruik van OER, of de integratie van OER in het eigen leermateriaal is van grote toegevoegde waarde zoals in deze verkenning op diverse plaatsen is beargumenteerd. De gebruiksrechten van extern materiaal zijn echter niet altijd evident.
Het is van belang dat docenten op de hoogte zijn van de (mogelijke) rechten die rusten op materiaal dat zij willen gebruiken binnen hun eigen onderwijs. De instelling kan docenten hierin faciliteren.

Online aanbieden van auteursrechtelijk beschermd materiaal
Veel studieboeken en andere benodigde literatuur is auteursrechtelijk beschermd en slechts (digitaal) te delen wanneer een regeling is getroffen tussen de betrokken partijen. Volgens de WHW kunnen onderwijsinstellingen wel het studiemateriaal voorschrijven, maar niet op welke wijze de student het studiemateriaal verkrijgt. Instellingen kunnen dus (naast het collegegeld) geen extra bijdragen van studenten verlangen voor het online beschikbaar stellen van materiaal.
Een probleem bij het digitaal beschikbaar stellen van auteursrechtelijk beschermd materiaal is dat de overgang van papieren naar digitale leermaterialen kan leiden tot situaties waar verschillen bestaan tussen studenten. Een grote uitdaging is de totstandkoming van een ander verdienmodel, dat zo interessant is dat alle studenten instappen en dat ook voor uitgevers aantrekkelijk is.

WageningenX: de ‘flow’ van de online masters

OnlineMastersHoe bereik je nieuwe (internationale) doelgroepen die niet de behoefte of mogelijkheden hebben om twee jaar lang campusonderwijs te volgen? En hoe zorg je ervoor dat je geen losse online en offline onderwijssystemen naast elkaar bouwt, maar die twee werelden juist van elkaar laat profiteren? In 2015 besloot Wageningen University hun onderwijs te definiëren als een ‘ecosysteem’, waarin het campus-, online- en open-onderwijs tot een geïntegreerd geheel moest samenkomen. Met ‘Wageningen X’ wilt de universiteit iedere student een flexibel programma aanbieden. Zie ook de website van Wagening X voor hun aanbod van gratis open en online cursussen via EdX.

In de zeven pagina’s tellende brochure Nieuwe doelgroepen bereiken via de online masters van Wageningen University wordt het herontwerpen van 2 masters tot 2 online masteropleidingen beschreven. De universiteit bereikte nieuwe doelgroepen, maar ook de interactie en vakinhoud zoals in het campusonderwijs werd behouden. Teven bleek het ontwikkelen van deze online masters ook een katalysator te zijn voor een bredere onderwijsvernieuwing. In de brochure zijn diverse informatieve video’s over deze onderwijsinnovatie toegevoegd, zoals onderstaande ban Ulrike Wild, programme director online and open learning van Wageningen University

De studielast van de online masters is 20 uur per week, waarvan 17 uur bestaat uit het bekijken van kennisclips, het volgen van e-modules, het uitvoeren van opdrachten en het maken van (zelf)test in de digitale leeromgeving (Blackboard). De kennisclips vormen de basis van de theoretische kennis. Inmiddels zijn 6 kennisclip-formats ontwikkeld. Studenten ontvangen hetzelfde aantal studiepunten als de campusstudenten. Elke 5 weken doet de student via proctoring software een online toets.

De online studenten worden ondersteund door een moderator. Zij zijn eerste aanspreekpunt voor vragen. Moderator zorgt ook voor diepgang in de discussies tussen studenten.
Docenten worden ondersteund door een EDUsupport-afdeling die bijvoorbeeld de lessen in de Blackboardomgeving plaatst. EDU-support is verantwoordelijk voor leeromgeving en onderwijsontwikkeling, ze verzorgen trainingen en geven redactionele adviezen om de docent zoveel mogelijk te ontzorgen.

Volgens Wageningen University spelen de onderstaande punten om online masters succesvol te maken: (p.6)

  • Er is veel tijd geïnvesteerd in de voorbereiding; men is dit niet zomaar als ‘experiment’ begonnen, maar juist als een nieuw en fundamenteel onderdeel van de nieuwe onderwijsstrategie.
  • Er werken betrokken docenten mee die goed op de hoogte zijn van de online mogelijkheden en die ook bereid waren vanuit hun enthousiasme tijd en energie in de ontwikkeling te steken.
  • De ontwikkeling van de masters is vanuit een collectieve ‘effort’ gemaakt, waar medewerkers vanuit verschillende afdelingen van de universiteit bij betrokken zijn.
  • Er is een leeromgeving neergezet waarbij interactie tussen studenten en docenten goed vorm krijgt, en zo wordt een vergelijkbare leerervaring gerealiseerd als in het campus-onderwijs.
  • Docenten worden ‘ontzorgd’ door productionele, administratieve en organisatorische processen uit handen te nemen, onder andere door het opzetten van een professionele opnamestudio.

Bron: SURF

Onderzoeksrapport Open Educational Resources en MOOCs in het Nederlandse Hoger Onderwijs

OnderzoeksrapportOERMOOC

Het lectoraat Open Educational Resources van Fontys Hogeschool ICT heeft eind 2015 een survey-onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken rondom productie en hergebruik van Open Educational Resources (OER) en MOOCs in het hoger onderwijs in Nederland. Mede-opdrachtgever van deze survey was SURFnet. Lector Robert Schuwer en mede-auteur en Ben Janssen (lid van de kenniskring van het lectoraat) hebben de resultaten verwerkt in het rapport Open Educational Resources en MOOC’s in het Nederlandse Hoger Onderwijs. In totaal hebben 181 personen aan de survey deelgenomen. De respondenten zijn afkomstig van 23 hogescholen, 5 universitair medische centra en 15 universiteiten. Ook Zuyd heeft aan dit onderzoek meegewerkt.

Uit de samenvatting:

Het beeld dat uit deze informatie naar voren komt, is dat op veel plekken binnen de Nederlandse universiteiten en hogescholen, – in vakgroepen, faculteiten, domeinen, sectoren en instituten – OER en/of MOOC’s worden gemaakt, gedeeld en hergebruikt. Hoeveel plekken dat precies zijn binnen hoeveel universiteiten en hogescholen kan op basis van dit onderzoek niet gezegd worden. Daarvoor is verder onderzoek nodig; iets wat we in de komende periode willen realiseren.

Bron: Lectoraat Open Educational Resources – Fontys Hogeschool ICT