De waarde van open en open als waarde

dewaardevanopen

 

De waarde van open en open als waarde. Studie naar adoptie van delen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen in en door instellingen voor hoger onderwijs door Robert Schuwer en Ben Janssen.

Onderzoek uitgevoerd  door Lectoraat Open Educational Resources van Fontys Hogeschool ICT (31 januari 2017)
Download hier het volledige rapport

Bron

Managementsamenvatting:

In de maanden juli-december 2016 is door het lectoraat OER van Fontys Hogeschool ICT een onderzoek uitgevoerd om de volgende vraag te kunnen beantwoorden:

Wat leidt tot c.q. is nodig voor een brede adoptie van delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen door docenten in het bekostigde hoger onderwijs in Nederland?

Bij 4 universiteiten en 6 hogescholen zijn totaal 55 semi-gestructureerde interviews afgenomen met docenten, bestuurders en ondersteuners.
Onderwerpen die tijdens de interviews aan bod kwamen betroffen ambities met onderwijs, beleid, opvattingen over openheid in het onderwijs, motieven voor delen en hergebruiken, ervaringen met delen en hergebruiken, hindernissen die werden ondervonden, noodzakelijke randvoorwaarden en invloeden die geïnterviewden vanuit hun omgeving ervaren. Analyse van de interviews gaf de volgende resultaten:

  1. Praktijken van delen en hergebruiken zijn erg divers qua openheid. Lang niet altijd zijn gedeelde leermaterialen toegankelijk voor iedereen, vaak ontbreekt een open licentie en processen als copyright clearing vinden niet altijd plaats;
  2. Delen en hergebruiken van leermaterialen (al dan niet volledig open) gebeurt veel. Hierbij wordt vooral het bereiken van een hogere kwaliteit campusonderwijs nagestreefd;
  3. Feedback op gedeelde materialen is cruciaal voor de motivatie van docenten om structureel materialen te delen;
  4. Structureel delen en hergebruik binnen een instelling heeft meer kans van slagen wanneer het gekoppeld wordt aan andere beleidsthema’s zoals internationalisatie of aan onderwijsinnovaties zoals invoeren van blended leren;
  5. Bij een aantal instellingen is sprake van zich ontwikkelend beleid op het gebied van open delen en hergebruiken van leermaterialen;
  6. Docenten zijn onvoldoende bekend met aanwezigheid danwel inhoud van beleid;
  7. De autonomie van de docent in het bepalen om met delen en hergebruiken aan de slag te gaan wordt als cruciaal gezien en als zodanig herkend en erkend, zowel door bestuur als door docenten zelf;
  8. Delen en hergebruiken moeten uiteindelijk ten goede komen aan de student of een positief effect hebben op de efficiency van het onderwijs. Of en hoe dat daadwerkelijk gerealiseerd moet worden, is vaak nog niet duidelijk;
  9. Docenten geven aan dat stimulering in termen van geld, tijd en ondersteuning essentieel is voor hen om tot structureel gedrag van delen en hergebruiken te komen. Tevens moeten voor hen de antwoorden op de what’s in it for me vraag duidelijk zijn;
  10. Publiceren van MOOC’s wordt ervaren als een versneller voor de adoptie van open delen van materialen en cursussen binnen een instelling;
  11. Acceptatie van open delen en hergebruiken op instellingsniveau, zich uitend in beleid dat vertaald is naar concrete activiteiten en richtlijnen, beïnvloedt brede adoptie ervan door docenten positief.

Op basis van deze resultaten zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd om brede adoptie van open delen en hergebruiken te realiseren binnen een instelling:

  1. Maak de meerwaarde van open delen en hergebruiken duidelijk aan docenten;
  2. Zorg bij deze verandering van de beeldvorming rondom open delen en hergebruiken bij docenten voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur;
  3. Formuleer op faculteits-, instituuts- en instellingsniveau beleid op het gebied van open delen en hergebruiken dat de activiteiten die onder aanbeveling 1 en 2 genoemd worden mogelijk maakt;
  4. Koppel beleid inzake open delen en hergebruiken aan andere thema’s van onderwijsvernieuwing of aan thema’s als internationalisering.

Over dit rapport is door Judith van Hooijdonk ook geblogd op 2beJAMmed.

Advertenties

2017: Year of Open #yearofopen

Print

Van de website WWW.YEAROFOPEN.ORG

“The Year of Open is a global focus on open processes, systems, and tools, created through collaborative approaches, that enhance our education, businesses, governments, and organizations. At its core, open is a mindset about the way we should meet collective needs and address challenges. It means taking a participative and engaging approach, whether to education, government, business or other areas of daily life. In its practical applications, open is about shared efforts and values to enhance people’s opportunities, understanding and experiences.

Open represents freedom, transparency, equity and participation. When something is created openly, it is intended for others to use it and contribute their expertise to it to make it better, whether that’s adding more features or information, or finding errors and fixing them quickly. During the Year of Open, we want to capture and display these efforts to increase participation and understanding of how open contributes to making things better for everyone. “

Meer informatie via de website over

via blog Willem van Valkenburg

Toolkit workshop toepassen vormen van open onderwijs

Martijn Ouwehand (TU Delft) en Robert Schuwer (Fontys Hogescholen) van de Special Interest Group Open Education van SURF hebben een toolkit samengesteld. Deze toolkit kan worden gebruikt om een workshop in de eigen instelling te verzorgen.

De toolkit bestaat uit de volgende materialen:

  • Een draaiboek. Hierin is alle informatie te vinden die van belang is om de workshop te organiseren.
  • Een cursushandleiding “Basics van open”. Deze handleiding is bestemd voor degenen die een basiscursus over openheid in het onderwijs zelfstandig willen bestuderen.
  • Slides “Workshop Toepassen open onderwijs”. Deze slides kunnen worden gebruikt bij de workshop.
  • Een tweetal inspiratiemodellen.

De toolkit is als zipfile te downloaden.

workshopoo

Open leermaterialen (open educational resources, OER), open online cursussen (al dan niet ‘massive’) en open tools zoals blog, twitter en open forums, zijn voor docenten een potentieel rijke bron om te gebruiken in het onderwijs. Het maakt actieve vormen van leren mogelijk en ook een meer individuele onderwijsaanpak op maat. Als docenten zich bewust zijn van de mogelijkheden van open onderwijsvormen, zijn ze bij het ontwerp van hun onderwijs in staat een onderbouwde keuze te maken om deze optimaal te benutten. Om dit mogelijk te maken is basiskennis nodig over de vele vormen van openheid in het onderwijs. Uiteindelijk wordt daarmee hun arsenaal aan didactische werkvormen groter.

Bron: SURF website Special Interest Group Open Education

Selecteren / ontwikkelen & beschikbaar stellen van Open Onderwijsmateriaal

Ten behoeve van de ontwikkelaars van de onderwijsmodules van Zuyd Professional is deze handreiking (pdf) opgesteld door Judith van Hooijdonk. In onderstaand blog een korte weergave hiervan, met voornamelijk verwijzingen naar oudere berichten op dit blog.

Uitgangspunt Blended Learning Zuyd Professional bij het ontwikkelen van onderwijsmodules is:
• Online als het kan, face-to-face als het moet
• Open onderwijsmateriaal wordt gepubliceerd onder een open creative common licentie en er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van open onderwijsmateriaal.

De infographic van SURF is een stappenplan die 3 relevante vragen stelt: waarom wil je online onderwijs inzetten, wat wil je gaan ontwikkelen en hoe ga je dat doen. Elke vraag is nader uitgewerkt in een rijtje subvragen die samen een handreiking vormen voor het ontwerpen van online onderwijs. In thema-uitgave didactiek bij open en online onderwijs zijn praktische do’s voor de didactiek van open en online onderwijs opgenomen. Veel tips voor de didactiek van open en online onderwijs net zo goed voor campusonderwijs.
Ontwerpproces
• Neem niet het bestaande onderwijs als vertrekpunt.
• Start met het ontwerp van onderwijs: waarom (leerdoelen), voor wie, wat (inhoud) en hoe (werkvormen en leeractiviteiten).
• Bepaal vooraf de rollen van studenten, docenten, moderatoren etc.
• Baseer je ontwerp op onderzoeksresultaten.
• Houd in je ontwerp rekening met verschillende leervoorkeuren.
• Houd in je ontwerp rekening met verschillende culturele contexten.
• Zoek naar de ideale mix van online en offline werkvormen.
• Kijk of je bestaande open leermaterialen kunt inzetten in plaats van alles zelf te ontwikkelen.
• Stel een stappenplan op voor de ontwikkelfase.
• Stel een checklist op met criteria waaraan online onderwijs moet voldoen.
• Stel het ontwerp bij: onderzoek al doende wat wel en niet werkt bij open en online onderwijs (leren over leren).
Implementatie
• Vergroot de toepasbaarheid van het geleerde: maak een vertaalslag naar de praktijk.
• Laat studenten leren in relatie tot hun eigen omgeving; laat ze bij voorkeur aan hun eigen casus werken. Sluit aan bij de voorkennis van studenten.
• Gebruik actieve werkvormen.
• Faciliteer interactie en samenwerking tussen studenten.
• Laat studenten een mentale inspanning leveren.
• Houd rekening met de diversiteit bij een grote doelgroep.
• Speel in op individuele leerbehoeften.
• Begin met het uitwerken van het leerpad van de student en stel dan de vraag hoe docenten dat proces het beste kunnen begeleiden.
• Zorg dat de gebruikte digitale toetsen en opdrachten studenten uitdagen.
• Kies voor korte leereenheden.
• Gebruik veel herhalingsmomenten.
• Vermijd louter talking heads.
• Zoek aansluiting bij evidence based onderwijs.
• Gebruik learning analytics om informatie te krijgen over leergedrag en voortgang van studenten.
• Pas waar mogelijk adaptief leren toe.
• Plan leeractiviteiten sequentieel in plaats van parallel.
• Kies voor een duidelijk ritme. tel een tijdschema op.
• Geef duidelijke instructies.
Communicatie
• Zorg voor directe en effectieve feedback (door docenten, peers etc.).
• Bepaal welke feedback geautomatiseerd kan worden en voor welke feedback de human touch noodzakelijk is.
• Houd studenten actief en betrokken, door regelmatig contactmomenten te hebben.
• Houd de discussies op het forum goed in de gaten, selecteer de belangrijkste vragen en thema’s en laat docenten of moderatoren daarop reageren.
• Zorg voor sociale aanwezigheid van de docent, een ‘menselijke moderator’ die studenten feedback geeft en hen begeleidt.
• Denk goed na over een effectief en responsive interactiemodel.
• Luister naar de wensen, behoeften en tevredenheid van studenten.
• Maak de voortgang van studenten inzichtelijk.
• Beloon studenten voor goede resultaten.

Welke soorten open onderwijsmaterialen zijn er?

Het aanbod van open onderwijsmaterialen is omvangrijk en divers. In het begrippenkader beschrijft SURF beschrijft de verschillende soorten, zoals weblectures, OER, MOOCs, Open CourseWare, Open Textbooks.

Waar vind je open onderwijsmateriaal?

Er zijn verschillende websites waar open onderwijsmaterialen worden verzameld en  waar ze doorzocht kunnen worden. In het blogbericht Op zoek naar open onderwijsmateriaal is een overzicht te vinden. Deze pagina wordt regelmatig bijgewerkt.

Een zoekmachine die goed te gebruiken is, is search.creativecommons.org. Zuyd Bibliotheek heeft een licentie op Britannica Image Quest. Hier vind je rechtenvrije afbeeldingen die je kan gebruiken voor het onderwijs. Meer over auteursrechten en audiovisueel materiaal op de website van bibliotheek.
De HBO Kennisbank is dé toegangspoort naar kennisproducten van hogescholen. Deze worden door opname in de HBO Kennisbank beschikbaar via een creative common licentie gemaakt voor hergebruik.

Ontwikkelen en beschikbaar stellen van open onderwijsmaterialen

Zowel bij het selecteren als het ontwikkelen van OER is enige kennis over auteursrecht en creative commons noodzakelijk. Niet alles wat online via internet te vinden is, mag je voor onderwijs doeleinden gebruiken. Linken (en openen in een nieuws venster) mag altijd, ook naar illegale bronnen. En embedden is een vorm van linken.
Via de Portal Auteursrecht van Zuyd Bibliotheek is informatie en handige tips te vinden. Zie oa deze handige vuistregels voor beeld en geluid. De regelgeving rondom auteursrecht is niet gemakkelijk. Vragen kan je stellen aan en ondersteuning wordt geboden door het Team AIP.

PortalAuteursrecht

Creative Commons

Het aanbieden van werk met een Creative Commons licentie betekent niet dat de maker de auteursrechten opgeeft. Hij houdt alle rechten, maar maakt zo duidelijk wat anderen met het werk mogen doen. Verspreiden, met anderen delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken. Publiceer je zonder een Creative Commons licentie dan zou iedereen expliciet toestemming moeten vragen voor elk gebruik van het werk, want dan valt het automatisch onder de auteurswet (copyright). Je kunt ook via een CC0 verklaring aangeven volledig afstand te doen van je auteursrechten en je werk voor het publieke domein vrij te geven.

Met een keuze uit zes (gratis) beschikbare standaardlicenties bepaal je in welke mate je je werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Op de site van Creative Commons vind je een overzicht van de zes beschikbare licenties:

CC1*er dienen nog afspraken gemaakt worden onder welke CC-licenties het ontwikkeld onderwijsmateriaal van Zuyd Professional gepubliceerd gaat worden.

Zie ook onderstaande infographic met toelichting van de zes open licenties (via Raymond Snijders)

CC

Meer informatie over Open Onderwijs, zie de website Open Access.
Engelstalige informatie over Open Onderwijs is te vinden via de bibliotheeksite van de Universiteit Maastricht.

Wanna Work Together? from Creative Commons on Vimeo.

Regelgeving en aandachtspunten bij opschaling van open en online onderwijs

SURFnet publiceerde tijdens de Open Education Week (7 t/m 11 maart) een verkenning rondom regelgeving en aandachtspunten bij opschaling van open en online onderwijs.

VerkenningOE

Uit de inleiding:

De verkenning is bedoeld als handvat voor universiteiten en hogescholen die zich (willen) richten op de inzet van open en online onderwijs. Het doel is drieledig:

  1. de belangrijkste randvoorwaarden en regelgeving identificeren en toelichten;
  2. voorbeelden presenteren uit de praktijk van een onderwijsinstelling om te laten zien wat er binnen de huidige kaders mogelijk is;
  3. een vergezicht bieden naar de opschaling van open en online onderwijs: in hoeverre moeten randvoorwaarden en wettelijke kaders worden aangepast?

Er zijn totaal vijf thema’s waar deze drie aspecten worden toegelicht. De thema’s:

  1. begeleiding van studenten;
  2. implicaties van tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs;
  3. online toetsen;
  4. erkenning van online onderwijs in formeel onderwijs;
  5. delen van leermaterialen.

Bij elk thema worden de drie aspecten (randvoorwaarden en regelgeving, praktijkvoorbeelden en vergezicht) toegelicht.

Volgens de samenstellers van het rapport zijn er vier argumenten voor het op grotere schaal aanbieden en faciliteren van open en online onderwijs

  1. hogere onderwijskwaliteit
  2. effectievere besteding van contacttijd
  3. flexibilisering onderwijs en onderwijs op maat
  4. rijkere en internationalere leeromgeving

Belangrijke vraag hierbij is of de huidige wet en regelgeving deze ontwikkeling in de weg staat.

De samenvatting:
Ten aanzien van de vijf thema’s waar deze verkenning zich op richt, zijn de volgende conclusies te trekken:

Contacttijd in online onderwijs
In het kader van de prestatieafspraken over het eerste jaar van het voltijd bacheloronderwijs kan virtueel contact in het wo wel onder de definitie van contacttijd worden geschaard. in het hbo is dit niet het geval. Tenzij een hbo-instelling op dit punt een afwijkende individuele prestatieafspraak heeft gemaakt. Voor de andere jaren in de bachelor- en masterfase gelden dergelijke afspraken niet. Dat betekent dat de instellingen daar de nodige ruimte hebben om een eigen invulling aan contacttijd en begeleiding te geven.
Hogeronderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor kwaliteit, binding en begeleiding, maar de vraag is of begrippen als contacturen en vestigingsplaats hiervoor ook in de toekomst het beste instrumentarium bieden. De begrippen ‘binding’ en ‘begeleiding’ vragen in deze context om een herijking. Inspirerende ontmoetingen tussen student en docent kunnen ook in online leergemeenschappen ontstaan; faceto-face contacttijd hoeft niet in alle gevallen leidend te zijn. Het is belangrijk hier te differentiëren naar doelgroep. Het verlopen van de prestatieafspraken in 2016 biedt in ieder geval de mogelijkheid de definitie van contacttijd aan te passen, met name voor het hbo.

Percentage online onderwijs in de opleiding
De Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014 stelt geen limiet aan het kiezen van een online vorm voor het onderwijsaanbod van de eigen instelling, maar de inzet van online onderwijs dat wordt aangeboden door andere instellingen is gelimiteerd tot een derde van het curriculum. Niet helemaal duidelijk is of de ‘25%-regel’ (tenminste een kwart van de opleiding moet fysiek bij de Nederlandse opleiding in Nederland worden gevolgd) van toepassing is op studenten die Nederlands hoger onderwijs geheel online vanuit het buitenland volgen.
De genoemde beleidsregels gaan (gedeeltelijk) uit van bestaande ideeën over de meerwaarde van face-to-face onderwijs ten opzichte van online en asynchroon onderwijs. In het kader van de beoogde opschaling van open en online onderwijs is het goed dit kritisch te evalueren. Nu ‘fysieke locatie’ een andere betekenis krijgt doordat het onderwijs internationaliseert en digitaliseert, is de vraag welke impact dit heeft op het concept van doelmatigheid. Ook is de vraag of onderwijs op de locatie van de instelling een randvoorwaarde is om ‘binding’ met de opleiding te creëren.

Online proctoring
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) heeft geen bepalingen die een belemmering vormen voor online proctoring. Wel is van belang deze vorm van online surveilleren in goed overleg tussen het opleidingsbestuur en de examencommissie vorm te geven. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vereist echter wel aanvullende maatregelen ten opzichte van fysieke toetsafname.
Een belangrijke stap op de korte termijn is de verheldering van de implicaties van de Wbp. De komende jaren zullen good practices ontstaan van instellingen die gebruik maken van de ruimte die er is om online proctoring in te zetten op een manier die past binnen de grenzen van de Wbp. Het is goed om ook naar online proctoring te kijken met het oog op opschaalbaarheid. Bij grote aantallen online studenten zijn niet alle toetsvormen even geschikt.

Kwaliteitszorg bij integratie van online onderwijs in formeel onderwijs
Wanneer online onderwijseenheden in het onderwijsprogramma geïntegreerd zijn, worden deze onderwerp van de interne kwaliteitszorg van de opleiding. De instelling moet ervoor zorgen dat dit binnen de interne kwaliteitszorg wordt geborgd en dat binnen de instelling de nodige expertise aanwezig is.
Om de kwaliteit te kunnen borgen is het belangrijk dat externe (visitatie)panels en de examencommissies voldoende expertise hebben op het gebied van online onderwijs. Bij het integreren van extern online onderwijs in het eigen programma spelen ook financiële aandachtspunten (zoals de kosten van verified certificates).

Individuele vrijstelling volgens de EVC-procedure
Wanneer een individuele student om een vrijstelling vraagt op basis van een extern gevolgde online onderwijseenheid, bepaalt de examencommissie per geval of de vrijstelling wordt toegewezen of als vrije studiekeuze wordt erkend. Dit is arbeidsintensief en stelt de examencommissie voor verschillende uitdagingen, namelijk beoordeling van niveau, inhoud en aansluiting op het onderwijsprogramma.
De huidige, individuele erkenning is niet schaalbaar. Mogelijke oplossingen zijn een supplement bij het certificaat, een internationale kwaliteitsstandaard, een clearinghouse, alliantievorming, afspraken op sectorniveau of de selectie van onderwijsmodules door de opleiding.

Auteursrecht 
De belangrijkste regelgeving is het auteursrecht. Daarnaast zijn in de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) van docenten in het hoger onderwijs standaardafspraken vastgelegd over het eigendomsrecht van het materiaal dat in het kader van het dienstverband is ontwikkeld. De cao’s van hbo- en wo-instellingen verschillen hierin.
Belangrijk is bewustzijnsontwikkeling bij instellingen en docenten over rechten die rusten op materiaal. Per instelling zou zoveel mogelijk duidelijkheid moeten worden geboden over auteursrecht op zelf ontwikkeld onderwijsmateriaal, in aanvulling op bepalingen uit de cao (die verschillen tussen hbo en wo).

Inzet van elders ontwikkelde open educational resources (OER)
Het gebruik van OER, of de integratie van OER in het eigen leermateriaal is van grote toegevoegde waarde zoals in deze verkenning op diverse plaatsen is beargumenteerd. De gebruiksrechten van extern materiaal zijn echter niet altijd evident.
Het is van belang dat docenten op de hoogte zijn van de (mogelijke) rechten die rusten op materiaal dat zij willen gebruiken binnen hun eigen onderwijs. De instelling kan docenten hierin faciliteren.

Online aanbieden van auteursrechtelijk beschermd materiaal
Veel studieboeken en andere benodigde literatuur is auteursrechtelijk beschermd en slechts (digitaal) te delen wanneer een regeling is getroffen tussen de betrokken partijen. Volgens de WHW kunnen onderwijsinstellingen wel het studiemateriaal voorschrijven, maar niet op welke wijze de student het studiemateriaal verkrijgt. Instellingen kunnen dus (naast het collegegeld) geen extra bijdragen van studenten verlangen voor het online beschikbaar stellen van materiaal.
Een probleem bij het digitaal beschikbaar stellen van auteursrechtelijk beschermd materiaal is dat de overgang van papieren naar digitale leermaterialen kan leiden tot situaties waar verschillen bestaan tussen studenten. Een grote uitdaging is de totstandkoming van een ander verdienmodel, dat zo interessant is dat alle studenten instappen en dat ook voor uitgevers aantrekkelijk is.

Onderzoeksrapport Open Educational Resources en MOOCs in het Nederlandse Hoger Onderwijs

OnderzoeksrapportOERMOOC

Het lectoraat Open Educational Resources van Fontys Hogeschool ICT heeft eind 2015 een survey-onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken rondom productie en hergebruik van Open Educational Resources (OER) en MOOCs in het hoger onderwijs in Nederland. Mede-opdrachtgever van deze survey was SURFnet. Lector Robert Schuwer en mede-auteur en Ben Janssen (lid van de kenniskring van het lectoraat) hebben de resultaten verwerkt in het rapport Open Educational Resources en MOOC’s in het Nederlandse Hoger Onderwijs. In totaal hebben 181 personen aan de survey deelgenomen. De respondenten zijn afkomstig van 23 hogescholen, 5 universitair medische centra en 15 universiteiten. Ook Zuyd heeft aan dit onderzoek meegewerkt.

Uit de samenvatting:

Het beeld dat uit deze informatie naar voren komt, is dat op veel plekken binnen de Nederlandse universiteiten en hogescholen, – in vakgroepen, faculteiten, domeinen, sectoren en instituten – OER en/of MOOC’s worden gemaakt, gedeeld en hergebruikt. Hoeveel plekken dat precies zijn binnen hoeveel universiteiten en hogescholen kan op basis van dit onderzoek niet gezegd worden. Daarvoor is verder onderzoek nodig; iets wat we in de komende periode willen realiseren.

Bron: Lectoraat Open Educational Resources – Fontys Hogeschool ICT

Thema- uitgave ‘Open textbooks’

De 5e thema-uitgave van open en online onderwijs gaat over open textbooks. SURFnet en Special Interest Group Open Education hebben deze thema-uitgave samengesteld aan de hand van een seminar over dit thema in november 2015.

Een open textbook is een digitaal, vrij toegankelijk studieboek waar de gebruiker het recht heeft de inhoud aan te passen.

De uitgave bevat een inleidend artikel met good practices, 4 pitches over open textbooks in de Nederlandse context en de resultaten van een literatuurscan over de voordelen van open textbooks.

Via SURFspace
OpenTextbooks